Geschiedenis

Aan het eind van de 15e eeuw was in het Midden-Oosten koffie drinken al een dagelijks ritueel dat deel uitmaakte van de samenleving. Ontdekkingsreizigers die in de 16e eeuw terugkwamen van hun reizen naar het Midden-Oosten, vertelden over koffiehuizen waar een drank werd geserveerd die in staat bleek te zijn om vermoeidheid en slaperigheid te verdrijven en die ook nog lekker was. Europese handelaren zagen daar wel iets in en lieten vervolgens voor de eerste keer in 1615 een schip met koffie uit Turkije naar Europa verschepen.

Aanvankelijk beheersten de Arabieren de koffiehandel omdat in het Midden-Oosten ze het monopolie van de koffieteelt en productie van koffie in handen hadden. Dit monopolie werd doorbroken door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) die koffieplantages lieten aanleggen op het Indonesische eiland Java. De koffie van deze plantages werd naar Europa verscheept waardoor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) al snel een belangrijke rol in de koffiehandel kreeg.

Amsterdam werd aan het eind van de 17e eeuw en het begin van de 18e eeuw het wereldcentrum van de koffiehandel. De koffie-aanplant op Java was na verloop van tijd groter dan in het Midden-Oosten. Er werd een aantal planten naar Amsterdam gebracht. Die werden als curiosum in broeikassen gekweekt. De Amsterdamse burgemeester schonk de Franse koning Lodewijk XIV in 1715 zo'n jonge koffieplant voor de Koninklijke Botanische Tuin in Parijs. Die plant is de stammoeder geworden van miljarden koffieplanten over de hele wereld. De Fransen wilden - als de grootste koffiedrinkers van Europa - zélf koffie produceren in plaats van de bonen bij anderen te kopen. Een Franse marine-officier vertrok daarom met een aantal stekken van de Nederlandse moederplant naar de Caraïbische eilanden. Hij wist te bereiken dat op het eiland Martinique (in Franse handen) omstreeks 1775 18 miljoen koffiestruiken groeiden, afkomstig van die ene Nederlandse stek. Op deze manier verpreidde de koffieteelt en koffiehandel zich al snel over de hele wereld.